Dries van Agt en mijn Opa

Die jezuïtische antisemiet was weer eens in het nieuws vandaag. Hij vond Netanyahu een oorlogsmisdadiger en was van mening dat Israël geen woningen in Israël mag bouwen.

Ik denk dat het 1971 was (ik zou het op kunnen zoeken), ik ben van eind ’65 dus ik was nog geen zes. Bij mijn opa en oma stond thuis vaak de radio aan overdag, of er gingen casettebandjes in hetzelfde apparaat. De televisie zond alleen nog maar ’s avonds uit en overdag was er niks dan teletekst op het kastje.

Het is niet mijn vroegste herinnering, maar wel eentje die indruk gemaakt heeft. Dat zal wel de reden zijn dat je ze onthoudt. Een iets oudere herinnering is dat ik mijn eerste slokje bier kreeg, van de overbuurman omdat ik hem zo ijverig geholpen had in zijn moestuin, daar was mijn moeder niet zo blij mee.

Op de radio ging het over ene Dries van Agt. Mijn opa zat altijd in dezelfde stoel, bij het raam. Zijn vuisten balden, zijn armen trilden, zijn gezicht vertrok, langzaam kwamen de tranen. Er kwam geen woord uit. Ik wou iets zeggen/vragen, maar kreeg niet de kans van mijn moeder.

Dries van Agt had zojuist besloten drie nazi-oorlogsmisdadigers vrij te laten. De Drie van Breda.

Onderstaande heb ik al eens eerder gepubliceerd, maar toen liep ik er zelf doorheen te tetteren. Het was naar aanleiding van een artikel in Trouw over de Bersiap-periode in Indië (Indonesië). Ik had opgeschreven wat ik mij meende te herinneren en had het vervolgens opgestuurd naar mijn moeder ter verbetering, omdat de herinneringen van een kind niet altijd juist zijn. Dit keer laat ik alleen haar aan het woord.

Ik heb der toch maar even gebeld, want ik wil tenslotte geen onzin verkondigen, en ze vertelde me dat het iets anders zat. Mijn opa mocht niet terug naar Nederland -inmiddels wist ie wel van het bestaan van zijn dochter en dat ze de oorlog overleefd hadden- omdat hij moest helpen bij de repatriëring. Daarom mocht ie pas als één van de laatsten terug naar Nederland.

Opa was geen stuurman, maar bootsman, kreeg, omdat hij dat graag wilde, begin 1940 een baan aan de wal in Tandjong Priok (haven van  Batavia) als pakhuismeester (later chef etablissementen). Mijn moeder zou op 10 juni 1940 naar Indië gaan met de Johan van Oldenbarnevelt, maar hier brak de oorlog uit op 10 mei en zij kon niet meer weg en hij mocht niet meer hier naar toe.
Na de oorlog moest mijn vader, omdat hij bij een scheepvaartmaatschappij werkte, eerst zorgen, dat de meeste repatrianten verscheept werden naar Holland en daarna mocht hijzelf in februari 1946 naar Holland.
Ik was toen vijf en een half. In 1943 had mijn moeder trouwens via het Rode Kruis een officieel overlijdensbericht gekregen, dat mijn vader was overleden, maar dat bleek later iemand te zijn met dezelfde naam.
Mijn vader heeft via het zoontje van een broer van mijn moeder gehoord, dat hij een dochter had. Dat jongetje, 10 jaar oud, was bij zijn moeder, mijn tante, weggehaald uit het Jappenkamp en moest op die leeftijd naar het mannenkamp, waar hij heel toevallig bij mijn vader terecht kwam. Zijn vader, mijn oom, broer van mijn moeder, marineman, was omgekomen met de slag in de Javazee. Zij woonden vroeger in Soerabaya.
Er werden in 1945/1946/1947 heel veel mensen gerepatrieerd, mensen zochten hier een nieuw bestaan, waren vaak veel familie kwijt geraakt, waren Nederlanders en Indische Nederlanders, die natuurlijk ook gewoon de Nederlandse nationaliteit hadden. Waren ook vaak uitgezonden voor Nederlandse bedrijven. Sommigen gingen later terug naar Indië, zoals wij en anderen bleven hier, mede, omdat ze dachten, dat het hier een betere toekomst zou geven. Ze waren over het algemeen ook heel Koningsgezind, trouw aan Oranje, de meesten waren ook heel Nederlands opgevoed en opgegroeid.

.
Ik vroeg mijn moeder daarnet of die Nederlanders terug wilden vanwege Bersiap, maar dat was niet zo volgens haar. “Ze waren moe, uitgehongerd, verzwakt en wilden naar huis.” “Het waren voornamelijk de Indische Nederlanders die het slachtoffer waren.”

.
Het was natuurlijk wel weer een soort oorlogstoestand, die Bersiap periode, direct na de oorlog met de Jap. Nu waren het de Indonesische vrijheidsstrijders, de Pemuda’s,  die Nederlanders, maar voornamelijk Indische Nederlanders belaagden op een vreselijk wrede manier, er werd veel gemoord. Wie niet vóór hen was, werd rigoureus uit de weg geruimd. Vandaar dat velen bescherming zochten en kregen in de kampen, die er nog waren. De Gurkha’s en Britten, maar zelfs ook de Japanners beschermden hen. De Pemuda’s vonden de Indische Nederlanders een soort verraders, Nederlandse nationaliteit, maar hun roots in Indië. Uiteindelijk moesten ze ook kiezen welke nationaliteit ze wilden. Velen kozen voor het Nederlanderschap en gingen dus naar Nederland, sommigen, die hun bestaan daar natuurlijk ook hadden opgebouwd, twijfelden, kozen eerst voor Indonesië, werden Warga Negara’s genoemd, kregen later spijt en gingen jaren later alsnog als spijtoptanten naar Holland, in de jaren vijftig.  

Het gesprek ging nog even door, maar dat heeft weinig meer met het onderwerp van doen. Mijn opa is al lang dood, maar die lul van een Van Agt leeft nog. Mijn opa stierf drie maanden na mijn oma. Hij was er wel klaar mee en had geen zin om nog eens jaren zonder haar te moeten. Dat ik hem, puber inmiddels, brutaal vroeg of die alsteblieft nog door wilde leven voor ons, maakte geen indruk meer op hem. Ik moest er aan denken bij het begin van het interview met Theo Hiddema net, wiens vrouw drie maanden geleden overleden is.

Ik zou die foto van het 50-jarig huwelijk van mijn opa en oma, dat ze eens samen op de bank zitten en niet ieder in hun eigen stoel, achter een bos rozen en onder een schilderijtje van Indië, boven dit stukje moeten plakken, maar hopelijk blijft die nog heel wat jaren bij mijn moeder aan de muur voor die deze kant uitkomt.

Die Bersiap, hoe kan het ook haast anders, was weer eens islamitisch geïnspireerd trouwens. En onder het originele stukje kwam zowaar eens een reactie op mijn blogje. Van ene ‘rommel’:

Maar goed, ik had vroeger een Ome Frans, zal nu wel al lang dood zijn,
de vader van mijn favoriete neefjes, vijf jaar ouder dan ik en
tweeling, die me hebben ingewijd in seksboekjes en verder al het
aangename kattenkwaad in het leven, had de 2e W.O. in een Jappenkamp
overleefd. Hele lieve aardige man. Maar ik moest er vandaag nog aan
denken, schoot me ineens weer te binnen, als ik daar logeerde en we
zaten met het avondeten aan tafel, moest ik altijd mijn bordje leegeten,
als was ik helemaal vol. Toen die weer is overstuur begon te krijsen dat
ik mijn kippenbout tot het bot af moest knagen, zei mijn neefje Fransie
op plat Amsterdams: Hou is op te zeiken Pa! We weten nu wel dat je in
een Jappenkamp heb gezeten!

Mooi hè?

 

 

Comments zijn gesloten.
About Fubar (5724 Articles)
Is van mening dat de Collaborateurs terechtgesteld moeten worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: